Onderwijsvisie 2032

Ernst Hobma, leerling Trevianum | 21 november 2015


Het voorlopig advies van het Platform Onderwijs2032 vind ik goed, maar ik heb nog drie punten die ik duidelijker in het advies zou willen zien:

Verlichting van de examendruk; Het belang van goede leraren; Een richtlijn over de urennorm.

Het voorlopig advies van het Platform Onderwijs2032 vind ik goed, maar ik heb nog drie punten die ik duidelijker in het advies zou willen zien: verlichting van de examendruk, het belang van goede leraren en een richtlijn over de urennorm. .Ik kom hier op terug, maar begin met een verslag van het symposium Talentontwikkeling op het Trevianum.

Ter ere van het afscheid van onze directrice werd er op woensdag 10 november een symposium op het Trevianum georganiseerd in het kader van talentontwikkeling en Onderwijs 2032, waar iedere geïnteresseerde ouder, leerling en leraar welkom was om te luisteren naar en in discussie te gaan met Gerda Hoekstra, voorzitster van de Stichting Het Zelfstandig Gymnasium en Tony Bosma, internationaal gezien trendwatcher en futurist, die hun licht lieten schijnen op de toekomst van ons onderwijs. Ik zal iets vertellen over wat wij daar besproken hebben en hoe die ideeën stroken met het voorlopig advies van Het Platform. Gerda Hoekstra besprak vooral het idee om het gymnasium meer betekenis te geven en duidelijker te onderscheiden van het atheneum door voor gymnasium leerlingen meer extra’s mogelijk te maken dan alleen het volgen van de klassieke talen. Zij legde vooral de nadruk op het mogelijk maken van culturele bijvakken zoals acteren. We hebben het hier in gymnasium verband over gehad, maar eigenlijk is dat idee natuurlijk ook prima op andere schooltypes toepasbaar , zoals ook in het advies is opgenomen. Het idee om kinderen meer te laten ontdekken wat ze zelf leuk vinden en waar hun talenten liggen, om ze de mogelijkheid te bieden deze onder schooltijd te ontdekken en te ontwikkelen is zeker overeenkomstig met de ideeën van de SHZG over vernieuwing op het gymnasium.

Tony Bosma begon zijn presentatie met het bespreken van de ontwikkelingen in de maatschappij, waarna hij uitlegde wat voor transitie dit volgens hem van het onderwijs vergde. Hij schetste het beeld dat wij als onderwijs niet kunnen achterblijven in een snel veranderende maatschappij. Hij pleitte voor minder focus binnen het onderwijs op excelleren in cijfers, met meer aandacht voor persoonlijke ontwikkeling en een verschuiving van de verhouding tussen vaardigheden en kennis in het curriculum, namelijk door meer aandacht in het onderwijs te geven aan het op doen van vaardigheden. Digitale lesmethodes zijn geschikter om op het eigen niveau van de leerling te onderwijzen en ontlasten de leraar wat betreft nakijkwerk en dergelijke, waardoor deze meer tijd over houdt voor het echt begeleiden van leerlingen. Hij waarschuwde hierbij wel, in mijn ogen terecht, dat de methode die op papier het best werkt niet per se digitaal ook de beste methode is: Digitaliseer niet de oude methodes, maar maak nieuwe systemen die de mogelijkheden van de techniek benutten om de leerling te ondersteunen. Creëer kritisch denkende leerlingen met adaptief vermogen nu informatie toegankelijker is en de kunst dus minder dan vroeger ligt bij het kennen van veel feiten, maar meer bij het adequaat beoordelen van informatie en die informatie in een kader kunnen plaatsen.

Een vraag die mij bij bleef was: Passend onderwijs, is dat passend voor de leerling of voor de maatschappij? Volgens mij moeten we leerlinggerichter onderwijzen, meer nadruk leggen op hoe een kind een gelukkig leven als volwaardig lid van de maatschappij gaat leiden dan op hoeveel parate kennis hij in het middelbaar onderwijs opdoet. Als ik dit verhaal in relatie plaats met het voorlopig advies van het Platform, zie ik dat het grootste deel van zijn actiepunten in het advies verwerkt zit. Ik denk dat de ideeën en conclusies die op het symposium getrokken zijn goed overeenkomen met het voorlopig advies van Het Platform.

Website Trevianum

Ik kan me zelf vinden in veel delen van het advies, maar deze bijeenkomst is er natuurlijk vooral op gericht de mindere of ontbrekende punten te benoemen. Er zijn drie dingen die ik daarover wil zeggen..

Als eerste: ik denk dat de nadruk nog meer moet komen te liggen op het verlichten van de examendruk. Ik zit nu zelf in mijn examenjaar en wij zijn eigenlijk de hele bovenbouw bezig met ons zo goed mogelijk voorbereiden op het examen. Examenresultaten zijn belangrijk voor leerlingen om toegelaten te worden tot de universiteit, ze zijn belangrijk voor de school omdat de inspectie hen hier op beoordeelt en het is natuurlijk ook cruciaal om een examen op een bepaald niveau te maken om waarde te geven aan je diploma. Ik vind dat we doordraven in onze focus op cijfers. Zo waren wij vorig jaar op school door vijf proefwerkweken in totaal ongeveer 9 van de 40 lesweken kwijt aan toetsing. Zo gaat er een kwart van de onderwijstijd ‘verloren’, terwijl je in de overige driekwart van de tijd naar de proefwerkweek toe moet werken. Ik vind daarom dat er nog meer nadruk moet komen te liggen in het voorlopig advies op het verminderen van toetsdruk op scholen.

Ten tweede: leraren moeten totaal anders les gaan geven. Kunnen ze dat? Het idee van de drie domeinen met vakoverstijgende lessen spreekt mij heel erg aan, maar ik vraag me af hoe dat te realiseren is. Om te komen tot het vakoverstijgend en leerlinggerichte onderwijs in drie domeinen, zullen met name in het voortgezet onderwijs zeer gemotiveerde, intelligente docenten nodig zijn die over het hele spectrum van zo’n vak over voldoende kennis beschikken. Ik geloof dat een leraar ruim boven de stof moet staan om die over te kunnen brengen op de leerlingen, maar ik geloof niet dat er op dit moment voldoende leraren zijn die meerdere vakken kunnen doceren. In het advies wordt NLT aangehaald als voorbeeld, wat mij een heel leuk vak lijkt, maar dit is tevens een vak waarvan ik veel klachten hoor over leraren omdat ze niet op alle gebieden van het vak goed kunnen onderwijzen. Een leraar die in het nieuwe onderwijssysteem zo’n breed vak gaat onderwijzen, staat voor een totaal andere uitdaging dan de huidige leraren. Ik denk ook dat om de samenhang tussen die vakgebieden goed duidelijk te maken aan leerlingen, docenten met een brede opleiding en excellente inhoudelijke kennis cruciaal zijn. Ik denk dat het veel verschil maakt wat voor docent je voor de klas zet bij het thema gezondheid en ziekte, zoals in het voorbeeld wordt genoemd. Dit zou vallen onder het domein Natuur & Technologie. Als docenten in dit domein verwacht ik veel mensen met een met name natuurkundige of scheikundige achtergrond, maar ik denk dat die een heel andere les over dit thema zouden geven dan een bioloog, die hier denk ik toch veel over te melden heeft. Ik denk dus dat voor het slagen van onderwijs in drie domeinen competente docenten essentieel zijn en vraag me af hoe daar het best voor gezorgd kan worden.

Als laatste vraag ik mij af waarom er in het voorlopig advies niks is opgenomen over de urennorm in het voortgezet onderwijs; in de inleiding staat dat Het Platform zich heeft laten inspireren door onder andere het Finse onderwijsstelsel, wat bij mij vooral bekend staat als het stelsel met slechts de helft van onze uren, maar met betere resultaten. Waarom neemt het Platform in haar advies geen richtlijn over de urennorm op? Ikzelf geloof dat een systeem met minder verplichte schooluren prima zou kunnen werken en het is vrij recent nog een onderwerp geweest waarover veel werd gediscussieerd in het voortgezet onderwijs, dus het lijkt mij goed hier aandacht aan te besteden in het definitieve advies.

Curriculum
delen:  
Gesprek laden

Zelf een bijdrage schrijven? De Educatieve Agenda Limburg is ook een platform waar docenten, onderzoekers en ouders stukken met elkaar delen.